|
.jpg) |
Het groene
gebied tegenover ons, is zeker voor de stadsmens een ware hoorn des
overvloeds.
Zitten
op het terras is niet alleen een kwestie van kijken of een boekje lezen en een
glaasje drinken. Alle zintuigen worden aangesproken.
Zomer en winter zorgen de vogels voor een de oren strelend fluitconcert,
de smaak en reuk komen vooral in de bloei -en oogsttijd aan bod.
Vroeg of laat word je vanzelf geprikkeld om het gebied te
verkennen. Door het gebied
lopen een paar weggetjes en paadjes. Een ervan is de oude pelgrimsroute, de via
Francigena. Vlakbij het meer staan nog de resten van een inmiddels tot ruïne
vervallen uit de middeleeuwen stammende kerk. Voor de pelgrims van weleer
een vaste pleisterplaats. Daar in de buurt vind je ook de resten van het
oude San Lorenzo. Deze nederzetting is gesticht ongeveer in de
achtste eeuw voor Christus en werd pas in de achttiende eeuw verruild voor de
huidige locatie boven op de heuvelrug.
In ongeveer een uur ben je bij het meer.
Onderweg loop je vast een paard
, ezel of schaap tegen het lijf en
al naar gelang het seizoen vind je altijd wel een citroen, meloen, druif, vijg of
kiwi om de lekkere trek te stillen. In het
tufsteen van de heuvels aan de oost -en westzijde zijn oude grotten
uitgehakt. Sommigen gaan nog terug tot de Etrusken, de eerste bewoners van
de streek. En als je een paar kilometer verder gaat richting Grotte di Castro
kom je uit bij een oude Etruskische dodenstad. Die bestaat uit zo'n twintig uit de rotsen gehakte grotten.
De binnenwanden van de grotten zijn kubusvormig en de plafonds
hebben de atriumvorm, die zo typerend is voor de Etruskische
manier van bouwen. In de vloer zijn smalle langwerpige nissen uitgehakt, waarin de doden te
ruste werden gelegd. De necropolis is alleen in het toeristenseizoen
geopend. |
.jpg) |